90
0
In de naam van God, de erbarmer, de barmhartige.
1
Nee toch! Ik zweer bij deze stad!
2
Bij deze stad waarin jij woonachtig bent!
3
Bij een vader en wat hij verwekt heeft!
4
Wij hebben de mens toch in benardheid geschapen.
5
Denkt hij dan dat niet één iets tegen hem vermag?
6
Hij zegt: "Ik heb een aanzienlijk vermogen verbruikt."
7
Denkt hij dan dat niet één hem zag?
8
Hebben Wij voor hem niet twee ogen gemaakt
9
en een tong en twee lippen?
10
En hebben Wij hem niet de twee wegen gewezen?
11
Toch is hij de steile weg niet ingeslagen.
12
En hoe kom jij te weten wat de steile weg is?
13
Vrijlating van een slaaf
14
of voedsel geven op een dag van hongersnood
15
aan een wees uit de verwantschap
16
of aan een arme behoeftige.
17
En verder, dat hij behoort tot hen die geloven, die elkaar tot volharding aanmanen en die elkaar tot barmhartigheid aanmanen.
18
Dat zijn zij die aan de rechterkant staan.
19
Maar zij die aan Onze tekenen geen geloof hechten, zij zijn het die aan de linkerkant staan,
20
zij worden door een vuur omsloten.
De Koran (vertaling F. Leemhuis) © 1989/2007 Unieboek bv