| |
Verder geef ik zelf nog niet de Heer het volgende voorschrift: wanneer een broeder een ongelovige vrouw heeft die bij hem wil blijven, mag hij niet van haar scheiden.
Dit geldt ook voor een zuster: wanneer ze een ongelovige man heeft die bij haar wil blijven, mag ze niet van hem scheiden.
Want de ongelovige man behoort dankzij zijn vrouw God toe en de ongelovige vrouw dankzij haar man eveneens. Zou dat niet zo zijn, dan zouden uw kinderen onrein zijn. Maar nu zijn ze geheiligd.
Maar als de ongelovige partij wil scheiden, moet dat maar gebeuren; in dat geval is de broeder of zuster niet gebonden. Bedenk echter dat u (7:15-16) Bedenk echter dat u [...] Wie weet, u zou uw man toch kunnen redden? En wie weet, u kunt uw vrouw toch redden? Ook mogelijk is de vertaling: Bedenk dat u [...] Hoe zou u kunnen weten dat u uw man kunt redden? En hoe weet u dat u uw vrouw kunt redden? door God geroepen bent om in vrede te leven.
Wanneer een ongelovige u uitnodigt om bij hem te komen eten en u neemt zijn uitnodiging aan, kunt u rustig alles eten wat u aangeboden wordt. Het is niet nodig dat u omwille van uw geweten vraagt waar het vandaan komt.
Wanneer namelijk de hele gemeente samenkomt en iedereen zich in klanktaal uit, zullen ongelovige buitenstaanders die de samenkomst bezoeken dan niet zeggen dat u krankzinnig bent?
Maar profeteert iedereen, dan zal een ongelovige buitenstaander door iedereen worden beoordeeld en terechtgewezen.
Waarin lijken Christus en Beliar op elkaar? Wat hebben een gelovige en een ongelovige gemeen?
Wie niet voor de eigen familie zorgt, zelfs niet voor huisgenoten, heeft het geloof verloochend en is slechter dan een ongelovige.
|
|
En toen zij optrokken tegen Djaloet en zijn troepen zeiden zij: "Onze Heer, verleen ons volharding, maak onze voeten stevig en help ons tegen de ongelovige mensen."
Jullie die geloven! Maakt jullie aalmoezen niet waardeloos door gepoch en ergernis zoals hij die zijn bezit weggeeft om door de mensen gezien te worden maar zonder te geloven in God en de laatste dag. Hij lijkt bijvoorbeeld op een rots met aarde erop. Dan treft hem een stortregen en die laat hem kaal achter. Zij hebben geen macht over iets wat zij verworven hebben. En God wijst de ongelovige mensen de goede richting niet.
God doet de woeker teniet, maar vermeerdert de opbrengst van de aalmoezen. En God bemint geen enkele zondige ongelovige.
God legt niemand meer op dan hij kan dragen. Hem komt toe wat hij verdiend heeft en van hem wordt gevorderd wat hij heeft begaan. Onze Heer, reken het ons niet aan als wij vergeten of fouten maken. Onze Heer, leg ons niet een zware last op zoals U die aan hen hebt opgelegd die er voor onze tijd waren. Onze Heer, leg ons niet iets op waarvoor wij geen kracht hebben en schenk ons vergiffenis, vergeef ons en heb erbarmen met ons. U bent onze beschermheer, help ons dan tegen de ongelovige mensen.
Zij zeiden enkel maar: "Onze Heer, vergeef ons onze zonden en dat wij onze bevoegdheid overschreden hebben en maak onze voeten stevig en help ons tegen de ongelovige mensen."
Zeg: "Mensen van het boek! Jullie baseren jullie op niets zolang jullie je niet houden aan de Taura en de Indjiel en aan wat van jullie Heer naar jullie is neergezonden." Velen nemen door wat van jouw Heer naar jou is neergezonden nog toe in onbeschaamdheid en ongeloof. Bekommer je maar niet om de ongelovige mensen.
Toen keerde hij zich van hen af en zei: "Mijn volk! Ik had jullie toch de zendingsopdrachten van mijn Heer verkondigd en jullie goede raad gegeven. Hoe kan ik dan treurig zijn over ongelovige mensen?"
Het invoegen van een schrikkelperiode is enkel maar meer ongeloof waarmee zij die ongelovig zijn tot dwaling gebracht worden. Zij staan dat het ene jaar toe en het andere jaar verbieden zij het om overeen te stemmen met het getal dat God heilig verklaard heeft. Zo verklaren zij ongewijd wat God heilig verklaard heeft. De slechtheid van hun daden is voor hen aantrekkelijk gemaakt. God wijst de ongelovige mensen de goede richting niet.
En red ons in Uw barmhartigheid van de ongelovige mensen."
Mijn zonen, gaat heen om inlichtingen over Joesoef en zijn broer in te winnen. Aan Gods bemoediging wanhopen slechts de ongelovige mensen."
Zij die er voor hun tijd waren beraamden al plannen maar het plannen beramen behoort geheel aan God toe; Hij weet wat elke ziel begaat. En de ongelovige zal weten voor wie de uiteindelijke woning is.
Dat komt omdat zij het tegenwoordige leven meer liefhebben dan het hiernamaals en omdat God de ongelovige mensen niet op het goede pad brengt.
En zij dienen in plaats van God iets wat hen niet nut en niet schaadt. En de ongelovige verleent hulp tegen zijn Heer.
Maar wat zij in plaats van God dienden had haar [van het goede pad] afgehouden. Zij behoorde tot ongelovige mensen.
Maar zij die ongelovig zijn, voor hen is er het vuur van de hel; er zal voor hen geen eind aan gemaakt worden zodat zij sterven, noch zal de bestraffing ermee voor hen verlicht worden. Zo vergelden Wij aan iedere ondankbare ongelovige.
Behoort de zuivere godsdienst niet God toe? Zij die zich in plaats van Hem beschermers nemen [zeggen]: "Wij dienen hen slechts opdat zij ons nader tot God brengen." God zal tussen hen oordelen over dat waarover zij het oneens zijn. God wijst wie een ongelovige leugenaar is de goede richting niet.
[En tot die twee wordt gezegd:] "Jullie beiden moeten elke weerspannige ongelovige in de hel werpen,
Heb jij niet gezien naar hen die huichelen? Zij zeggen tot hun ongelovige broeders onder de mensen van het boek: "Als jullie verdreven worden zullen wij met jullie wegtrekken en wij zullen in iets wat jullie aangaat nooit iemand anders gehoorzamen en als men tegen jullie strijdt zullen wij jullie helpen." Maar God getuigt dat zij leugenaars zijn.
Jullie die geloven! Wanneer gelovige vrouwen als uitgewekenen tot jullie komen, stelt haar dan op de proef. God kent haar geloof het best. En wanneer jullie weten dat zij gelovig zijn zendt haar dan niet terug naar de ongelovigen. Zij zijn aan hen niet toegestaan [om mee getrouwd te zijn] en zij zijn voor haar niet toegestaan. En geeft aan haar wat jullie als bijdragen geeft. En het is geen overtreding voor jullie als jullie met haar trouwen, wanneer jullie haar haar loon geven. En houdt niet vast aan de huwelijksbanden met de ongelovige vrouwen. En vraagt om de bijdrage die jullie gegeven hebben; zij vragen ook om de bijdrage die zij gegeven hebben. Dat is Gods oordeel; Hij oordeelt tussen jullie. God is wetend en wijs.
Wacht dus geduldig het oordeel van jouw Heer af en gehoorzaam van hen geen zondaar of een ongelovige.
|