| |
Toen Rebekka vernam wat haar oudste zoon Esau van plan was, liet ze haar jongste zoon Jakob bij zich komen. ‘Luister,’ zei ze, ‘je broer Esau zint op wraak, hij wil je vermoorden.
‘Spoor de Israëlieten ertoe aan wraak te nemen op de Midjanieten, daarna zul je met je voorouders verenigd worden.’
Hierop zei Mozes tegen het volk: ‘Een deel van de mannen moet zich klaarmaken voor de strijd. Ze moeten de Midjanieten aanvallen om de wraak van de HEER aan Midjan te voltrekken.
Op die manier wordt voorkomen dat hij, omdat de afstand naar de vrijplaats te groot is, wordt ingehaald en gedood door de bloedwreker die hem belust op wraak achtervolgt; zo’n wraakneming zou ook niet terecht zijn, want hij had zijn slachtoffer nooit gehaat.
voor de dag dat ik wraak ga nemen, (32:35) voor de dag dat ik wraak ga nemen – Volgens de Septuaginta. MT: ‘mij komt de wraak toe’. het tijdstip waarop ik hun kwaad vergeld, wanneer aan hun voorspoed een einde komt. Want de dag van hun ongeluk is nabij, hun noodlot komt onafwendbaar op hen af.”
Laat alle volken zijn volk toejuichen, omdat hij het bloed van zijn dienaren wreekt; hij neemt wraak op zijn vijanden en de schuld van zijn land en zijn volk wist hij uit.’
zei hij: ‘Zeg tegen David dat de koning niet aan een bruidsprijs hecht en dat hij genoegen neemt met de voorhuiden van honderd Filistijnen, als wraak op zijn vijanden.’ Het was zijn bedoeling dat David op die manier zou sneuvelen in de strijd tegen de Filistijnen.
De HEER doet je dit nu aan omdat je destijds niet naar hem geluisterd hebt en voor hem geen wraak hebt genomen op de Amalekieten.
De God die mij wraak liet nemen, bracht volken onder mijn gezag,
met de stemmen van kinderen en zuigelingen bouwt u een macht op tegen uw vijanden om hun wraak en verzet te breken.
De God die mij wraak liet nemen, dwong volken op de knieën,
Babel, weldra word je verwoest. Gelukkig hij die wraak zal nemen en jou doet wat jij ons hebt gedaan.
Want door jaloezie ontsteekt een man in woede, als hij wraak kan nemen, doet hij dat meedogenloos.
Ik heb mijn heilige legers bevel gegeven, mijn krijgshelden opgeroepen mijn wraak te voltrekken, juichend over mijn majesteit.
Want de HEER houdt een dag van wraak, een jaar van vergelding: hij verdedigt Sion.
Zeg tegen het moedeloze volk: ‘Wees sterk en vrees niet, want jullie God komt met zijn wraak. Gods vergelding zal komen, hijzelf zal jullie bevrijden.’
Naakt word je tentoongesteld, openlijk zul je te schande staan. Zo neem ik wraak, en niemand houdt me tegen.
Hij zal ieder naar zijn daden vergelden: woede voor zijn vijanden, wraak voor zijn tegenstanders; ook op de eilanden wreekt hij zich.
om een genadejaar van de HEER uit te roepen en een dag van wraak voor onze God, om allen die treuren te troosten,
Ik had besloten tot een dag van wraak, het jaar van vergelding was aangebroken.
|
|
Jullie die geloven! Doodt geen jachtwild als jullie in gewijde staat zijn. Als iemand van jullie het opzettelijk doodt dan geldt als vergelding een stuks vee gelijk aan wat hij gedood heeft, ter beoordeling van twee rechtvaardigen uit jullie midden, als een offergave die de Ka'ba moet bereiken, of als verzoening het spijzigen van behoeftigen of een vasten die daarmee overeenkomt, zodat hij het walgelijke van zijn gedrag proeft. God scheldt wat er vroeger gebeurd is kwijt, maar als iemand het weer doet, dan neemt God wraak op hem. God is machtig en wraakgierig.
Dus namen Wij wraak op hen en Wij verdronken hen in de zee, omdat zij Onze tekenen geloochend hadden en er niet op gelet hadden.
En Wij namen ook wraak op hen. Beide zijn zij een duidelijk voorbeeld.
En Wij hebben al voor jouw tijd gezanten naar hun volk gezonden en zij kwamen tot hen met de duidelijke bewijzen. Toen namen Wij wraak op hen die boosdoeners waren, maar het was voor Ons een verplichting de gelovigen te helpen.
En wie is er zondiger dan hij die met de tekenen van zijn Heer vermaand is en er zich dan van afwendt? Wij nemen wraak op de boosdoeners.
Dus namen Wij wraak op hen. En kijk dan hoe het einde was van de loochenaars!
Als Wij jou wegnemen, dan zullen Wij wraak op hen nemen,
Toen zij Ons dan kwaad gemaakt hadden namen Wij wraak op hen en verdronken hen allen tezamen.
|