23
Persoonlijke noot van de auteur
|
|
 |
|
Met deze bloemlezing wil ik graag twee mensen in het bijzonder eren; de herinnering aan hen heeft mij geholpen door te zetten, waar ik aanvankelijk met dit project stuitte op onverschilligheid en vijandigheid.
De eerste persoon is mijn vader Frits Neervoort, net als ik geboren in het grootste Islamitische land ter wereld. Hij groeide op in Bandoeng met ouders die elkaar hadden leren kennen in het Luthers weeshuis in de Haag. Hij was over de tachtig toen hij met mij ontdekte dat de figuur die in zijn religieuze beleving centraal stond, ook in de Koran voorkwam. Jezus... ‘Isa. Mijn vader was bevriend geraakt met een Afghaanse vluchteling die hem hielp in huis en in de tuin en met wie hij de afspraak had: jij bidt voor mij op vrijdag, ik bid voor jou op zondag. Ook in het laatste jaar van zijn leven toonde hij niet-aflatende belangstelling voor ‘ons’ Koran en Bijbelproject.
Op zijn sterfbed overviel hem weer even die oude angst, dat hij niet door de hemelpoort zou komen, en zijn vrouw, die van alles een beetje geloofde, al evenmin. Toen vertelde ik hem van de paradijstuinen. Hij was altijd bezig in de tuin, waarvan zijn vrouw zo kon genieten. ‘Jullie kunnen allebei naar de paradijstuin', zei ik, 'man en vrouw, als paar.’ ‘Als dat zo is', riep de doodzieke 86 jarige, ‘roep dan maar een Imam, dan ga ik mij bekeren!’ ‘Dat hoeft niet pap, christenen mogen ook naar het paradijs, en er zijn zoveel poorten, dat er helemaal geen muur meer is.’ Op dat moment kwam er een schoonmaakster binnen, een moslima. Ik vroeg haar af te zien van een al te rigoureuze schoonmaakbeurt, omdat mij vader op het punt stond naar het paradijs te gaan. ‘Wij gaan allemaal naar het paradijs', zei zij. Mijn vader zakte terug in het kussen, met een gelukzalige glans in zijn vermoeide ogen.
Ik draag dit boek op aan mijn vader, een christen met een groot hart; en aan die onbekende moslima die dezelfde hartelijkheid uitstraalde als alle moslima’s die ik inmiddels heb leren kennen.
Het is deze hartelijkheid die dit boek mogelijk heeft gemaakt, en die het wil uitstralen naar alle lezers.
Dankwoord Hoewel er uiteindelijk één persoon, de filosofe Marlies ter Borg, de verantwoordelijkheid draagt voor deze bundel, was deze niet tot stand gekomen zonder de aanmoediging, inhoudelijke en tekstuele inbreng van velen.
In de eerste plaats wil ik Karima Bisschop bedanken, oprichtster en webmaster van www.moslima.nl, die als eerste de verhalen gastvrijheid bood. Later ging zij intensief met mij meewerken om het Korangedeelte van het project verantwoord vorm te geven. Wij hebben steeds goed en met veel plezier samengewerkt. Onze discussies waren zakelijk, onze relatie hartelijk.
Theologe Francien van Overbeeke van de stichting Trialoog, auteur van tal van boekjes waaronder Ibrahiem en Abraham, wil ik met name bedanken voor haar aanmoediging en kritisch meelezen in een eerder stadium. Piet Reesink heeft met veel zorg een aantal verhalen bij wijze van voorpublicatie geplaatst in het blad Begrip. Onze dank hiervoor. De tekst is getoetst door Imam Mohammed Tahier en de theoloog Eduard Verhoef. Aan beide onze dank voor hun zeer snelle werk en lovende opmerkingen. Correctoren Trix Santen en Dien Teunissen, vanuit een Katholieke achtergrond, hebben alle teksten zeer systematisch doorgenomen. Moslima’s Hanke Oliekan en Martine Khidawy-Koekebakker hebben met name over de Koranteksten en -inleidingen adviezen gegeven. Schrijver-vertaler Berend ter Borg heeft nuttige assistentie geboden. Arabist Mohammed Ghali van de Rijksuniversiteit Leiden gaf een snel en correct advies op een moeilijke vertaalkwestie.
In een eerder stadium hebben veel mensen een luisterend oor geboden. Ik denk aan arabist Herman Beck van de Katholieke Universiteit Tilburg en Jan Michiel Otto van de Rijksuniversiteit Leiden. Dank ook aan de Sorosofen, een filosofiegroep in Haarlem die een jaar lang een try-out onderging. Vooral dominee Sylvia Neuféglise gaf kritisch en enthousiast advies. Ati Blom, Anita van der Krol, Iris Hubrechts en Hilda Offerhuis checkten de citaten. Ook de Tinholz groep in Overveen onderging geduldig een try-out in het beginstadium van het project. De oecumenische gespreksgroep het Gooi 1964 heeft een luisterend oor geboden, evenals leden van een van de Bijbelkringen van de Adventskerk (Protestantse Kerk) te Aerdenhout.
Dit project had van meet af aan een internationale dimensie. Ik dank Cynthia Capey van Suffolk Inter-Faith Resource en Manwar Ali van Jimas voor hun enthousiaste bereidheid het verhaal van Maria en Jezus/Marjam en ‘Isa al in 2005 te plaatsen op de sites www.sifre.org.uk/nativity.htm en www.jimas.org.
Ook gaat mijn dank uit naar godsdienstwetenschapper Marloes Keller (content manager internet bij de IKON), wier enthousiasme, samen met de vlotte werkwijze van Peter Dekker (hoofd Nieuwe Media bij de IKON), ervoor zorgde dat het project plotseling met zevenmijlslaarzen door de wereld ging.
Marlies ter Borg-Neervoort |